Artikelen Nieuwsbrief Oktober 2007

Nieuwsbrief Oktober 2007

E-mailadres Afdrukken PDF



De identiteit van Jezus wordt nog steeds getest Jezus vraagt aan iedereen

Wie zeg jij, dat Ik ben? Hij vraagt:“Ben jij gereinigd door Mijn Bloed? Zijn jouw gewaden ontsmet van alle bederf?”

 

Satan, Lucifer is de verlichte.

(Romeinen 8:10-11 en 19-20) En indien Christus in u is, zo is wel het lichaam dood om de zonden; maar de geest is leven om de gerechtigheid. 11 En indien de Geest van Hem, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont. 19 Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring van de kinderen Gods. 20 Want het schepsel is aan de ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om hem, die het aan de ijdelheid onderworpen heeft;

De gestrande kerk

  (Handelingen 28:1 en 6) En eerst toen wij in veiligheid waren, vernamen wij, dat het eiland Malta heette.

6 zij echter verwachtten, dat hij zou opzwellen of plotseling dood neervallen. Doch toen zij na lang wachten zagen, dat zich niets ongewoons bij hem voordeed, sloeg hun mening om en zeiden zij, dat hij een god was.

Genade neemt de schuld weg, barmhartigheid neemt de ellende weg.

Berouw, wroeging, bekering Judas is een duidelijk voorbeeld van het verschil tussen berouw en wroeging. Toen Judas, die Hem verraden had, zag dat Hij veroordeeld was, voelde hij wroeging, en bracht de dertig zilverlingen terug naar de overpriesters en oudsten, zeggende,  ik heb gezondigd tegen onschuldig bloed.

  (Matteüs 27:3-4) Toen kreeg Judas, die Hem verraden had, berouw, daar hij zag, dat Hij veroordeeld was, en hij bracht de dertig zilverlingen aan de overpriesters en oudsten terug, en hij sprak: Ik heb gezondigd, onschuldig bloed verraden! Maar zij zeiden: Wat gaat ons dit aan? Gij moet zelf maar zien wat ervan komt!

Judas had spijt van zijn vergissing, maar hij toonde geen berouw of zocht vergeving. Paulus gebruikte beide denkbeelden, want de smart dat naar de wil van God is werkt een berouw uit, zonder spijt.

(2 Korintiërs 7:10) Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood.

Niemand die werkelijk berouw toont zal daar ooit spijt van hebben. Ik vroeg me steeds af: “Wat was er zo erg aan Judas?” Ja, hij verraadde Jezus, maar dat hebben wij ook gedaan maar...toch, hij wist wie Jezus was! Als Judas kon zeggen dat Zijn bloed onschuldig was, wist hij veel meer.

(Openbaring 3:18) Volg mijn raad en koop van Mij goud, in vuur gelouterd, om rijk te worden, en witte kleren om u te bekleden en de schande van uw naaktheid niet geopenbaard zal worden, en zalf om op uw ogen te zalven, zodat gij weer ziet.

(Matteüs 27:24) Toen Pilatus zag dat hij niets verder kwam, maar dat er veeleer tumult ontstond, nam hij water brengen en waste ten overstaan van het volk zijn handen, terwijl hij verklaarde: ‘Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Man; gij moet het zelf maar verantwoorden.’

  (Matteüs 27:4) ‘Ik heb misdaan door onschuldig bloed te verraden.’ Maar zij antwoordden: ‘Wat gaat dat ons aan? Dat is uw zaak.’

  Onschuldig Bloed Ik heb onschuldig bloed verraden. Judas beleed in Mat.27:4, dat onze Heer onschuldig was. Hij werd in alle dingen aan ons gelijk. Echter zonder zonde. Hij werd gelijk aan ons, met één uitzondering, in plaats van door een menselijke vader te zijn verwekt, werd Hij door een Goddelijke Vader verwekt. En als biologisch resultaat had Hij Goddelijk bloed, zondeloos Bloed, want dit Bloed is zondeloos. Het is onbedorven Bloed. Zonde, (zonde van de stamvaders) maakte menselijk bloed bedorven. Het schond het bloed en dat was het plan van de hel, om de bloedlijn van alle mensen te bederven.

  Jezus was gedurende drie dagen en nachten dood, maar zijn lichaam ging niet achteruit en bedierf niet. Want Hij was zondeloos, onschuldig. Zijn Bloed was niet bevuild daar Hij zondeloos en onschuldig was. Hij was zonder vlekken, bezoedeling, daarom kon de dood Hem niet houden. Jezus was zonder zonde, zonder schuld, zonder de werken van de zonden van de stamvader. Vanwege dit feit, deze reden, zondeloosheid had de vijand geen wettelijk recht op Hem. Daarom konden zij Hem niet ter dood brengen. Jezus zelf zei tegen Pilatus: “jij hebt geen bevoegdheid, macht, geen wettelijk recht. De vijand heeft geen wettige aanspraak op mij.” Dat is de reden waarom Jezus heel duidelijk zei, als de Apostel der apostelen: “Ik leg mijn eigen leven vrijwillig neer. Ik geef het op.” “Ik geef het, zodat anderen het wettige recht hebben om te leven, door Mij.”De dood had geen aanspraak op Hem, over Hem. Hij vernietigde door Zijn vrijwillige dood, de kracht en aanspraak van dood en hel.

  (Romeinen 5:8-9) God echter bewijst zijn liefde voor ons juist hierdoor, dat Christus voor ons is gestorven, toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder zullen wij, nu wij eenmaal gerechtvaardigd zijn door Zijn Bloed, dank zij Hem ontkomen aan de toorn van God.

(Matteüs 27:25) Heel het volk riep terug: ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen!

“Zijn onschuldige Bloed kome over ons en onze kinderen.” Hier verklaarden de joden, dat het onschuldige Bloed van Jezus, dan de verantwoordelijkheid van hun en hun kinderen zou zijn.Zij veroordeelden daarmee zichzelf. (oordeel leggend op zichzelf)

  (Johannes 19:10-11) Daarom zei Pilatus: ‘U spreekt niet tegen mij? Weet ge dan niet dat ik de bevoegdheid heb om U vrij te spreken, maar ook de bevoegdheid heb om U te kruisigen?’ Jezus antwoordde: ‘U zoudt volstrekt geen bevoegdheid over Mij hebben, als u die niet van boven gegeven was. Daarom is de zonde van hem die Mij aan u heeft overgeleverd groter.’

Pilatus sprak hier tegen Jezus en zei tegen Hem: “Weet je niet dat ik de bevoegdheid heb om je los te laten, en de bevoegdheid om je te kruisigen?”  Jezus antwoordde en zei tegen hem: jij zou geen bevoegdheid hebben, geen wettig recht over Mij, als het je niet van boven gegeven was. Hij was onschuldig, dood had geen recht over Hem. (Voordat Adam gezondigd had was zijn bloed onschuldig)

(Leviticus 17:11 en 14) Want de levenskracht van het vlees zit in het bloed. Ik sta u alleen toe het te gebruiken op het altaar om verzoening voor uw zielen te bewerken, want het Bloed is de reden van de verzoening. Want de levenskracht van alle vlees is zijn bloed; daarom heb Ik de Israëlieten gezegd: Nuttig nooit bloed van mens of dier. Want het bloed is de identiteit van zijn leven Ieder die het nuttigt wordt uit zijn volk verwijderd.’

Want het leven is in het bloed. Ten tijde van toen hij de knie boog aan de boom der kennis was zijn bloed onbedorven en daarom was er geen dood in het bloed. Adams bloed werd bedorven toen hij het verbond brak en deelnam aan de boom van bederf. Toen Adam gezondigd had, gebeurde er iets met zijn bloed en met de generaties daar na. Hij en de hele mensheid werd onderworpen aan de geest van dood.

  Niet één lid van het menselijk ras was goed genoeg om de mensheid van dood en verval te redden. Want allen stierven in Adam en zijn tekort geschoten in de heerlijkheid van God.

  (Romeinen 3:23) Want allen hebben gezondigd en allen zijn verstoken van de goddelijke heerlijkheid.

(1 Petrus 1:18-19) Gij weet dat gij niet met vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen had geërfd. Gij zijt verlost door het kostbaar en onschuldig Bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek.

   Er was slechts Eén Die waardig, Die goed genoeg was, het zondeloze, het onbedorven Lichaam en Bloed geschonken door de Heilige Geest, Jezus Christus, de Zoon van God. De dood kan alleen verbannen worden door het Leven. Jezus Christus, als het gekruisigde Lam, dat werd geslacht. Het gekruisigde Lam, Hij werd onderworpen, maar Hij was ook de brullende Leeuw van Overwinning in oorlog, de Overwinnaar, die de dood en het graf overwon. 

(Openbaring 1:17-18) Toen ik Hem zag, viel ik als dood voor Zijn voeten als een dode man. En Hij legde Zijn rechterhand op mij en sprak: ‘Vrees niet. Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende en Ik was dood, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden. En Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.

(Openbaring 5:9 en 12) En zij zongen een nieuw lied: Waardig zijt Gij het boek te nemen en zijn zegels te openen;want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen gekocht voor God met Uw Bloed uit elke stam en taal en volk en natie.12 en zij riepen luid: ‘Waardig is het Lam dat geslacht werd, te ontvangen de macht en de rijkdom, de wijsheid en de kracht, en eer en heerlijkheid en lof.’

Berouw over zonden van de stamvader

(Joël 1:5) Wordt wakker, gij dronkaards, en weent; jammert allen, gij wijndrinkers, want het druivennat gaat uw mond voorbij.

(Joël 3:9) Roept onder de volkeren dit om: Maakt u gereed voor de heilige oorlog, werft de dappere mannen aan! Laat ze aantreden en oprukken, al de krijgers!

(Lucas 9:32) Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden

zagen zij Zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden.

Wij stellen ons ten doel om ons vroegere DNA-erfenis te overmeesteren en het DNA niet toe te staan om ons naar onze sociale bestemming te brengen.(Verklaring uit het boek DNA and tradition van Rabbi Yaakov Kleiman)

Dit betekent: dat ons verleden onze toekomst, ons geestelijke DNA, geestelijke erfenis, niet meer langer onze toekomst zal of hoeft te bepalen!

  Onverantwoordelijkheid is een facet van opstandigheid en er moet verantwoordelijkheid worden genomen voor alle onverantwoordelijkheid. Onverantwoordelijkheid is een familiezonde van de stamvaders en dit moet worden beleden. We moeten het in de val van dood en hel zitten van onze familielijn afbreken.

(Job 22:23) Als je terugkeert tot de Almachtige, zult je hersteld worden. Als je ongerechtigheid ver van je tent verwijdert. Vers 25 de Almachtige - Hij zal jouw goud zijn en jouw kostelijk zilver. Vers 30 En Hij bevrijdt iemand die niet schuldvrij is, en hij zal bevrijd zijn, dan omwille van jouw schone handen.

   Jezus is hierin zelf ons ten voorbeeld geweest.

(Job 27:11-12) Wat bij de Almachtige is, zal ik niet verhullen. Trouwens, jullie met zijn allen zagen het toch zo goed; waartoe dit dwaze gedrag gesprek dan nog?

(1 Samuël 10:18) Zo spreekt Jahwe, de God van Israël, Ik ben het die de Israëlieten heb weggevoerd

uit Egypte en die u bevrijd heb uit de handen van Egyptenaren en uit de macht van alle koninkrijken die u verdrukten.

(Daniël 9:1 en 6) In het eerste jaar van de regering van Darius, de zoon van Ahasveros, die van afkomst

een Mediër was en tot koning was aangesteld over het rijk van de Chaldeeën,6 Wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw naam gesproken. Hebben tot onze koningen, hoogwaardigheidsbekleders, familiehoofden en tot heel de gezeten bevolking van het land.

(Daniël 9:8 en 10) Heer, wij moeten ons schamen, wij, onze koningen, onze hoogwaardigheidsbekleders en onze familiehoofden, omdat wij tegen U gezondigd hebben.10 en we hebben niet geluisterd naar de Heer onze God en niet geleefd naar de geboden die Hij ons door zijn dienaren, de profeten, gegeven heeft.

(Daniël 11:32) En door vleiende woorden keert hij tot goddeloosheid diegene die slecht handelen tegen het verbond; maar het volk, die hun God kennen, zullen sterkte tonen en daden verrichten.

(Micha 5:7-14)  Ja, het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de heidenen, in het midden van vele volken, als een leeuw onder de beesten des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden; die, wanneer hij doorgaat, zo vertreedt en verscheurt hij, dat niemand redt. 8 Uw hand zal verhoogd zijn boven uw tegenpartijders, en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden. 9 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat Ik uw paarden uit het midden van u zal uitroeien, en Ik zal uw wagens verdelgen. 10 En Ik zal de steden van uw land uitroeien, en Ik zal al uw vestingen afbreken. 11 En Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien, en gij zult geen wichelaars hebben. 12 En Ik zal uw gesneden beelden en uw opgerichte beelden uit het midden van u uitroeien, dat gij u niet meer zult neerbuigen voor het werk van uw handen. 13 Voorts zal Ik uw bossen uit het midden van u uitroeien, en Ik zal uw steden verdelgen. 14 En Ik zal in toorn en in grimmigheid wraak doen aan de heidenen, die niet horen.

Dan zal de rest van Jakob in de kring van de vele volken als dauw zijn die van Jahwe komt, als regen op het groene gras, dat van mensen niets te verwachten heeft en op mensenkinderen niet moet hopen. Laat uw hand zich maar verheffen tegen uw vijanden: al uw tegenstanders worden vernietigd. Ik zal de heilige palen ontwortelen die zich tussen u bevinden.

(Hosea 14:1-3) Samaria zal woest worden, want het is weerspannig geweest tegen zijn God; zij zullen door het zwaard vallen, hun kinderkens zullen verpletterd, en hun zwangere vrouwen zullen opengesneden worden. 2 Bekeer u, o Israël! tot de HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid.

3 Neem deze woorden met u, en bekeer u tot de HEERE; zeg tot Hem: Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. 4 Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden.

Bekeer u, Israël tot de Heer uw God want over uw zonde van de stamvader zijt gij gestruikeld. Kom met uw woorden als gave, bekeer u tot Jahwe en zeg Hem: ‘Gij vergeeft toch alle schuld; wees ons genadig: opdat wij de vrucht van onze lippen mogen laten zien.

(Hosea 6:1) ‘Kom, laten we terugkeren tot Jahwe; Hij heeft ons verscheurd, Hij zal ons ook genezen; Hij heeft wonden geslagen, Hij zal ze ook verbinden.

  Het huis van God wordt nu geschud. Er zal veel aan het licht komen, wat echt en wat niet-echt is. God is Zijn huis aan het reinigen, om de laatste restanten van Baalaanbidding, afgoderij, Molochtoewijding, alles van de boom der kennisaanbidding van de slang weg te werken. 

  (Matteüs 23:35-36) opdat op u mag neerkomen al het rechtvaardige bloed dat op aarde vergoten is, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot aan het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen de tempel en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u: Dit alles zal neerkomen op dit geslacht!

Om echte tekenen en wonderen aan de ware kerk te herstellen en scheiding te maken met alles wat vals is. De kerk wordt nu weggeroepen uit alle verlamming en alle verstarring. Hij breekt de gouden driehoek (in onze gedachten) van de tempel af en breek iedere vezel van de zetel, de troon van de slang aanbidding. Wij gaan nu het valse hoofd, hoofd van de slang, totaal gekneusd en verpletterd zien worden in het huis van God. Wij zullen weer de vrijheid krijgen om terug te keren in de hof  (niet langer verdreven uit  Gods aanwezigheid) en nu zal deze kerk een machtig, losgemaakt leger worden. Met een luide stem riep Jezus uit: “het is volbracht”. Jezus verbrak de kracht van de slang,   Hij brak de vloek van deelname aan de valse boom. Hij bereidde en baande de weg voor ons, door aan een boom te worden genageld, om een vloek voor ons te worden.

(Matteüs 3:10) Reeds ligt de bijl aan de wortel van de bomen. Elke boom dus die geen goede vrucht draagt, wordt omgekapt en in het vuur geworpen.

Hij maakte een weg voor ons, om wettig de bijl aan de wortels van deelname en eten van de boom des doods te leggen.

(Openbaring 2:7) Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de boom des levens, die staat in de hof van God.

En nu mogen we deelnemen aan het eten van de Boom des Levens. 

Wij verklaren in Jezus’ Naam, dat de kerk zal wandelen in een echte geest van heiligheid.

Wij verklaren in Jezus’ Naam, dat de kerk een geheiligd priesterschap zal zijn,gereinigd en afgezonderd door het Bloed van Jezus. Barmhartigheid en genade, de God van alle troost. Wij moeten Gods barmhartigheid begrijpen. Genade en barmhartigheid worden vaak door elkaar heen gebruikt.

(Johannes 5:2) En er is te Jeruzalem bij de Schaapspoort een badwater, dat in het  Hebreeuws genaamd is Bethesda, en het heeft vijf galerijen.

De ruïnes van het bad worden tot op heden nog altijd Bethesda genoemd. Het woord betekent huis of plaats der genade. (Joh.5:1-15) De Heer van genade handelde ten behoeve van hem, één man.

(Genesis 19:15 en 20) Zodra nu de dageraad aanbrak, drongen de engelen bij Lot op spoed aan: Op, neem uw vrouw en uw beide dochters die hier zijn en ga heen; opdat  gij om de schuld der stad niet verdelgd wordt.  20 Zie eens, deze stad is dicht genoeg bij om daarheen te vluchten, en zij  is iets kleins. Laat mij daarheen ontkomen, zij is immers iets kleins? en mijn leven gespaard blijven.

(Genesis 19:19) Zie, uw dienaar heeft gunst in uw oog gevonden, en de genade die gij mij bewezen hebt,

door mijn leven te redden, is groot;

   Lot ervoer de barmhartigheid en genade van God. Uw dienstknecht heeft genade gevonden in Uw ogen. U heeft Uw barmhartigheid vergroot. U heeft mijn leven gered.

Barmhartigheid, genade en rechtvaardigheid: ontvangen wat iemand  verdient. Genade: ontvangen wat men niet verdient Barmhartigheid: niet ontvangen wat men verdient. Barmhartigheid is de bron van genade.

(Efeziërs 2:4-5) Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, God heeft een overvloed aan barmhartigheid. Het is een fontein die nooit opdroogt.

(Psalm 103:8) Barmhartig en genadig is de Heer, geduldig en met grote barmhartigheid.

(Romeinen 11:33) hoe ondoorgrondelijk  zijn Zijn gerichten, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!

(Romeinen 2:4) niet wetende dat uw goedheid en barmhartigheid u tot inkeer wil brengen.

(Romeinen 9:22-24) Hetzelfde is waar voor wat God doet. Hij wil laten zien, hoe hij straft, en bekendmaken,  hoe machtig hij is. Daarom juist heeft hij het grootste geduld gehad met hen die hij wilde straffen en die de ondergang tegemoet gingen. Dit deed hij ook om de rijkdom van zijn glorie te openbaren voor hen met wie hij medelijden wilde tonen en die hij had voorbestemd om in zijn glorie te delen. Dat zijn wij. Ons heeft God geroepen, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de niet Joden.

  Vers 23 zegt ons waarom God geduldig is, wanneer oordeel zo lang uitblijft. (Dat Hij de rijkdom Zijner Heerlijkheid, aan de vaten van barmhartigheid bekend zou maken, geroepen tot redding)

  (Marcus 10:47) Jezus, Zoon  Davids, erbarm u over mij!

  Dit is een dringend beroep van Gods volk in Nederland, Zoon van David heb erbarmen over ons, ons land.

  Jezus verwerpt zo’n pleidooi niet. Het woord barmhartigheid (mercy) verschijnt 276 keer in de King James vertaling. Barmhartig is niet oordelend, is niet veroordelend. Het verleent ook vrijlating, of schenkt vergeving. Barmhartigheid oefent geduld uit, het is ook medeleven. Liefde in actie. Barmhartigheid vergeeft. Barmhartigheid is de bereidheid van God om nu te handelen. Gods barmhartigheid is eeuwigdurend. Er is altijd een menselijke reactie vereist. Gods vereiste is: dat wij onszelf vernederen en bekeren. God eerst te vragen om ons/ons land, onze geschiedenis, te vergeven; dan om het uit te roepen voor zijn barmhartigheid en genade. Ook om anderen te vergeven wat zij ons hebben aangedaan. Laat ons kijken naar de tijd van koningin Ester, Israël, (zoals Nederland) in gevaar was. Ester en Mordechai hadden afgesproken, dat zij gedurende drie dagen zouden bidden en vasten en dan zou Ester spreken tot koning Ahasveros, om de joden te sparen. Een verzoek tot genade en barmhartigheid. De wet van het keizerrijk van de Meden en Perzen was, dat als er iemand de troonkamer onuitgenodigd binnenkwam, deze ter dood werd gebracht. Het enige dat iemand kon redden was, wanneer de koning zijn gouden, Koninklijke scepter uitstak. De koning stak zijn gouden scepter uit als teken van zijn gunst, zijn barmhartigheid, zijn genade. Zij was welkom in de troonkamer van de koning. De troon van barmhartigheid. Dat is hoe God wil dat wij ons naar Hem voelen. Zijn Koninklijke Troon van genade, barmhartigheid, rechtvaardigheid. Wij weten allemaal, dat de koning het besluit gaf dat alle joden gespaard moesten worden van vernietiging.

(Matteüs 5:7) Gezegend zijn de barmhartigen; want zij zullen barmhartigheid verkrijgen.

(Matteüs 6:12) en in uw barmhartigheid, vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

(Matteüs 7:1) Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

(Openbaring 12:11) En wij overwinnen hem (satan) met het Bloed van het Lam en het woord van ons getuigenis

 

Josie Hagen

 

Laatst aangepast op dinsdag, 12 mei 2009 18:52  

Songs

There seems to be an error with the player !

Gerelateerde Artikelen

ezra.png

hit counter
Aantal bezoekers